Dagje uit steeds duurder

Een dagje weg naar een attractiepark of dierentuin is duur geworden. Dit is niet alleen maar een gevoel bij veel Nederlandse consumenten, maar wordt nu ook bevestigd door diverse onderzoeken. Zo houdt de ING een ‘dagje-weg-index‘ bij. De prijzen van dierentuinen, musea en attractieparken zijn de afgelopen 10 jaar met 50 procent gestegen, terwijl de totale prijsstijgingen ofwel inflatie in die periode 19 procent was. Dat scheelt dus aanzienlijk; attractieparken zijn relatief 2,5 keer zo duur geworden.

Een gemiddeld Nederlands huishouden geeft euro 250 per jaar uit aan dit soort vrije tijdsbestedingen, waaronder overigens het bezoek aan een restaurant, fastfoodketen of concert wordt gerekend. Kennelijk betreft dit een gemiddelde van ook een-persoonshuishoudens en gaat men niet zoveel weg. Een bezoek van een 4-persoonsgezin aan bijvoorbeeld de Efteling kost namelijk al euro 120 per keer. Dat zou betekenen dat een gezin slechts tweemaal per jaar naar een attractiepark, museum, fastfood-keten of restaurant gaat. Wij kunnen ons dit moeilijk voorstellen.

Hoe kan je goedkoper naar een attractiepark?

Er zijn diverse tips om toch minder duur naar attractieparken te gaan.
Kijk op sociale kortingssites zoals Groupon. Vaak zijn er leuke activiteiten tegen een lage prijs te vinden.
U kunt ook meedoen aan een veilingssite, maar lees dan zeker goed de kleine lettertjes en laat u niet teveel opjutten. Een dag na de aankoop zijn veel consumenten toch niet zo blij met de impulsieve aankoop die toch een hoop extra kosten met zich meebrengt.
Bij de aanbieder zelf zijn doorgaans online-tickets te boeken, die net een paar euro goedkoper zijn.
Tot slot zijn er uiteraard allerlei websites die kortingen aanbieden. Zoek via Google op basis van het attractiepark van uw keuze.

Beroep kiezen

De economie krabbelt langzaam weer op, na meerdere moeilijke jaren. Na jaren krimp, kennen bepaalde sectoren en branches weer groei. En dat betekent dat ook de werkgelegenheid in die sectoren en branches weer aantrekt. Ondanks dat veel sectoren het nog moeilijk hebben. Dit maakt de keuzemogelijkheden voor werkzoekenden ruimer. En dat is mooi.

Overweeg je om een andere baan te zoeken? Hoe kom je erachter wat echt bij je past? Zit je wel in de goede branche? Zijn er meer mogelijkheden dan je nu voor ogen hebt? Dit geldt nog meer als je als jongere / scholier voor de keuze staat welke opleiding je wilt kiezen. Dan is natuurlijk vooral van belang wat je er uiteindelijk mee kan.

Welk beroep past bij mij?

Welk werk of beroep vind je leuk? Dit is niet eenvoudig om te bepalen. Er zijn gelukkig wel allerlei mogelijkheden om jezelf te informeren. Veel onderwijsinstellingen hebben informatiedagen, waarbij je meer komt te weten over wat een opleiding, beroep of branche inhoudt. Wat voor soort mensen werken er, wat houdt een beroep in qua cultuur of werkdruk, en ga zo maar door. Verder zijn er bureau’s waar je een volwaardige beroepskeuzetest kan ondergaan en die je helpen met het maken van de juiste keuze. Maar er zijn ook online eenvoudige hulpmiddelen. Zo kan je op diverse websites gratis een beroepentest of keuzetest doen. Deze tests geven op basis van je competenties en persoonlijke kenmerken en eigenschappen een algemene richting van de branches en soorten beroepen die goed bij je passen. Het is leuk en verrassend om zo’n test in te vullen. Het geeft inzicht in waar je voorkeuren liggen, en welke soort beroepen je interesse hebben. En dit geeft vaak een breder beeld dan je zelf voor ogen had gehouden.

Spaarbelasting omlaag

De spaarbelasting, ofwel de vermogensrendementsheffing, gaat vanaf 2017 verlaagd worden. Althans, voor spaarders die minder dan € 100.000 aan vermogen hebben. Voor hen wijzigt de belasting van 1,20% naar 0,87%. Echter, voor spaarders met meer vermogen stijgt de belasting naar 1,41% met een extra tarief boven de € 1 mln van 1,65%.

Oneerlijke belasting

Tot nu toe was de belasting op vermogen gebaseerd op een fictief rendement van 4,00% per jaar, waarover 30% belasting wordt geheven, hetgeen resulteert in het huidige tarief van 1,20%. Dit werd door veel Nederlanders als oneerlijk beleefd, want het fictieve rendement stond in geen verhouding tot de lage spaarrentes van de afgelopen jaren.
Vanaf 2017 wordt het fictief rendement gebaseerd op de rentestanden over de afgelopen vijf jaar. Dit betekent dat jaarlijks het tarief gaat variëren, op basis van de daadwerkelijke rentes op de markt. Dat is een goede ontwikkeling, want de belasting komt dan meer overeen met de te behalen spaarrentes. En leidt in 2017 in elk geval tot een verlaging van de belasting. Van de Nederlandse huishoudens heeft 90% een vermogen dat lager is dan € 100.000, voor hen betekent deze wijziging een vooruitgang.

Nivellering

Spaarders met een vermogen boven € 100.000 gaan erop achteruit. Bij hen wordt ervan uitgegaan dat ook een deel van het vermogen in aandelen wordt belegd, en dat zij daarmee een hoger rendement zullen behalen. Het fictief rendement wordt daarbij tevens gebaseerd op de aandelenrendementen van de afgelopen vijf jaar. Vermogende huishoudens met bijvoorbeeld een vermogen van € 500.000 gaan er zo’n € 300 per jaar op achteruit. En als de aandelenmarkten weer stijgen, wordt dit verschil nog groter. Miljonairs gaan er forser op achteruit, met een tariefstijging van 1,20% naar 1,65%. De spaarbelasting is hiermee verworden tot het zoveelste nivelleringsspeeltje van de overheid, waarmee ze inkomen kunnen herverdelen. De VVD heeft nu een draaiknop geïnstalleerd, die nu nog beperkt wordt benut, maar die door toekomstige regeringen gretig kan worden misbruikt voor extra belastingheffing. Wij houden ons hart vast.

Wanneer huis kopen?

Het blijft een vaak gestelde vraag sinds de crisis op de woningmarkt; wanneer is een goed moment om een huis te kopen? wij hebben deze vraag al eens vaker aan de orde gesteld.

Weer tijd om een huis te kopen

Sinds de kredietcrisis aanving in augustus 2008, kreeg direct ook de Nederlandse woningmarkt een klap. Prijzen zijn sindsdien met gemiddeld zo’n 20% gedaald. Maar inmiddels komt de woningmarkt weer uit het dal. Het herstel is gestaag, en zeer lokaal afhankelijk, maar wel onmiskenbaar zichtbaar. Het lijkt dan ook een goed moment om, als u instapt op de woningmarkt als koper, in deze tijden, anno 2015, een huis te kopen. In sommige regio’s bent u zelfs al te laat.

Sterke regionale verschillen

De sterkste woningmarkt van Nederland, de Amsterdamse, maakt sinds medio 2014 een forse stijging door met waardestijgingen van 8 tot 10% per jaar. Ook omliggende regio’s zoals Kennemerland/Haarlem en ‘t Gooi merken een sterke aantrekkende marktvraag. Hier is de waardegroei al ingezet, en zijn er niet veel meer mogelijkheden meer om nog goedkoop in te stappen. De prijzen zijn inmiddels weer op het niveau van 2008.
In de overige regio’s in het Westen van Nederland, zoals Utrecht, Den Haag, Rotterdam en grotere steden zoals Den Bosch, Leiden, Zwolle en Arnhem/Nijmegen komt het herstel langzaam op gang. Hier zijn nog wel koopjes te vinden.
In de perifere regio’s zoals Groningen, Limburg en Zeeuws-Vlaanderen is eigenlijk op langere termijn geen herstel te verwachten. Dit zijn krimp-regio’s, en u hoeft hier niet een woning te kopen met in gedachten een waardestijging, of zelfs waardebehoud.

Informeer bij een makelaar en bij hypotheekverstrekkers wat er mogelijk is.