Wat verandert er in 2017?

Wat verandert er voor u als consument in het jaar 2017? RTL Nieuws heeft het op een rijtje gezet.

Werk en belastingen

De belastingen worden ietsje hoger. Het algemene belastingtarief gaat ietsje omhoog, van 40,4% naar 40,8%. Daarentegen zakt de belasting op vermogen aanzienlijk. De vermogensrendementsheffing wijzigt van een algemeen tarief van 4% over het vermogen, naar drie schijven van respectievelijk 2,9%, 4,7% en 5,5%.
De pensioenleeftijd van de AOW stijgt gestaag, en staat nu op 65 jaar en 9 maanden. Ook de leeftijdsgrens voor de werkbonus, dat is een belastingkorting voor lage inkomensgroepen, gaat iets omhoog. Deze geldt nu voor mensen vanaf 63 jaar, dat was eerst 62 jaar. Tot slot mogen bijstandstrekkers iets meer vermogen hebben. Ook bij de (semi)overheid veranderen er zaken; de topinkomens in de publieke sector worden verder aangepakt.

Zorgstelsel

De zorgverzekering wordt voor iedereen duurder, de premies zijn overal gestegen.
Het basispakket krijgt een bredere dekking; belangrijke wijziging is een vergoeding voor opvang en zorg als iemand om medische redenen tijdelijk nog niet thuis kan wonen.
De zorgtoeslag voor alleenstaanden stijgt met 68 euro en voor samenwonenden met 138 euro.
Elke zorgaanbieder moet nu een klachtenfunctionaris hebben voor eventuele geschillen. Tot nu kon je alleen naar de rechter.

Wonen

De hypotheekrenteaftrek zakt naar maximaal 50% (was 50,5%). En er mag maximaal 101% worden geleend (was 102%). Daarentegen mogen tweeverdieners iets meer lenen; het tweede inkomen telt mee voor 60 procent (was in 2015 nog 30% en in 2016 50%). De huurtoeslag gaat omhoog met 10,50 euro per maand. De huren voor sociale huurwoningen stijgen niet meer dan de inflatie plus 1 procent.

Vervoer

De wegenbelasting gaat omlaag naar 23% (was 25%). Sommige Mbo-studenten jonger dan 18 jaar krijgen een ov-jaarkaart. En zeer snelle e-bikes, de zogenaamde speed-pedelecs, worden nu beschouwd als bromfiets en moeten een bromfietskenteken aanvragen.

Energie

Was er de afgelopen jaren sprake van het dalen van de energietarieven, in 2017 zal de energierekening voor de meeste Nederlanders stijgen. Een gemiddelde Nederlands gezin is in 2017 zo’n € 1.820 per jaar kwijt aan energielasten. Met name een variabel energiecontract kost per 1 januari 2017 zo’n euro 20 per jaar meer. Dit komt door een stijging van de gasprijzen. De kosten van electra, de stroomprijzen, worden naar verwachting niet duurder. Het loont nu dan ook de moeite om een variabel energiecontract om te zetten naar 1 of meer jaren vast tarief.

Verzekeringen

Ook de premies voor verzekeringen stijgen in 2017 licht. Veel afgenomen verzekeringen zoals autoverzekeringen, woonverzekeringen en reisverzekeringen werden de afgelopen jaren voor scherpe premies aangeboden. Maar, de verzekeraars moeten van de overheid voldoende buffers hebben. En daarom blijven de kosten deze verzekeringen licht stijgen. Ook zijn veel Nederlanders nog steeds over verzekerd. Een mobiele telefoon is soms wel drie keer verzekerd. Het is dan ook aan te raden om jaarlijks uw veerzekeringen tegen het licht te houden en zinloze verzekeringen te schrappen.

Overheid

Het aantal gemeenten wordt weer iets minder. Waren er in 2012 nog 415 gemeenten, nu zijn er 388 gemeenten. Wel zo verstandig, want daarmee worden kosten bespaard.

Dagje uit steeds duurder

Een dagje weg naar een attractiepark of dierentuin is duur geworden. Dit is niet alleen maar een gevoel bij veel Nederlandse consumenten, maar wordt nu ook bevestigd door diverse onderzoeken. Zo houdt de ING een ‘dagje-weg-index‘ bij. De prijzen van dierentuinen, musea en attractieparken zijn de afgelopen 10 jaar met 50 procent gestegen, terwijl de totale prijsstijgingen ofwel inflatie in die periode 19 procent was. Dat scheelt dus aanzienlijk; attractieparken zijn relatief 2,5 keer zo duur geworden.

Een gemiddeld Nederlands huishouden geeft euro 250 per jaar uit aan dit soort vrije tijdsbestedingen, waaronder overigens het bezoek aan een restaurant, fastfoodketen of concert wordt gerekend. Kennelijk betreft dit een gemiddelde van ook een-persoonshuishoudens en gaat men niet zoveel weg. Een bezoek van een 4-persoonsgezin aan bijvoorbeeld de Efteling kost namelijk al euro 120 per keer. Dat zou betekenen dat een gezin slechts tweemaal per jaar naar een attractiepark, museum, fastfood-keten of restaurant gaat. Wij kunnen ons dit moeilijk voorstellen.

Hoe kan je goedkoper naar een attractiepark?

Er zijn diverse tips om toch minder duur naar attractieparken te gaan.
Kijk op sociale kortingssites zoals Groupon. Vaak zijn er leuke activiteiten tegen een lage prijs te vinden.
U kunt ook meedoen aan een veilingssite, maar lees dan zeker goed de kleine lettertjes en laat u niet teveel opjutten. Een dag na de aankoop zijn veel consumenten toch niet zo blij met de impulsieve aankoop die toch een hoop extra kosten met zich meebrengt.
Bij de aanbieder zelf zijn doorgaans online-tickets te boeken, die net een paar euro goedkoper zijn.
Tot slot zijn er uiteraard allerlei websites die kortingen aanbieden. Zoek via Google op basis van het attractiepark van uw keuze.

Beroep kiezen

De economie krabbelt langzaam weer op, na meerdere moeilijke jaren. Na jaren krimp, kennen bepaalde sectoren en branches weer groei. En dat betekent dat ook de werkgelegenheid in die sectoren en branches weer aantrekt. Ondanks dat veel sectoren het nog moeilijk hebben. Dit maakt de keuzemogelijkheden voor werkzoekenden ruimer. En dat is mooi.

Overweeg je om een andere baan te zoeken? Hoe kom je erachter wat echt bij je past? Zit je wel in de goede branche? Zijn er meer mogelijkheden dan je nu voor ogen hebt? Dit geldt nog meer als je als jongere / scholier voor de keuze staat welke opleiding je wilt kiezen. Dan is natuurlijk vooral van belang wat je er uiteindelijk mee kan.

Welk beroep past bij mij?

Welk werk of beroep vind je leuk? Dit is niet eenvoudig om te bepalen. Er zijn gelukkig wel allerlei mogelijkheden om jezelf te informeren. Veel onderwijsinstellingen hebben informatiedagen, waarbij je meer komt te weten over wat een opleiding, beroep of branche inhoudt. Wat voor soort mensen werken er, wat houdt een beroep in qua cultuur of werkdruk, en ga zo maar door. Verder zijn er bureau’s waar je een volwaardige beroepskeuzetest kan ondergaan en die je helpen met het maken van de juiste keuze. Maar er zijn ook online eenvoudige hulpmiddelen. Zo kan je op diverse websites gratis een beroepentest of keuzetest doen. Deze tests geven op basis van je competenties en persoonlijke kenmerken en eigenschappen een algemene richting van de branches en soorten beroepen die goed bij je passen. Het is leuk en verrassend om zo’n test in te vullen. Het geeft inzicht in waar je voorkeuren liggen, en welke soort beroepen je interesse hebben. En dit geeft vaak een breder beeld dan je zelf voor ogen had gehouden.

Spaarbelasting omlaag

De spaarbelasting, ofwel de vermogensrendementsheffing, gaat vanaf 2017 verlaagd worden. Althans, voor spaarders die minder dan € 100.000 aan vermogen hebben. Voor hen wijzigt de belasting van 1,20% naar 0,87%. Echter, voor spaarders met meer vermogen stijgt de belasting naar 1,41% met een extra tarief boven de € 1 mln van 1,65%.

Oneerlijke belasting

Tot nu toe was de belasting op vermogen gebaseerd op een fictief rendement van 4,00% per jaar, waarover 30% belasting wordt geheven, hetgeen resulteert in het huidige tarief van 1,20%. Dit werd door veel Nederlanders als oneerlijk beleefd, want het fictieve rendement stond in geen verhouding tot de lage spaarrentes van de afgelopen jaren.
Vanaf 2017 wordt het fictief rendement gebaseerd op de rentestanden over de afgelopen vijf jaar. Dit betekent dat jaarlijks het tarief gaat variëren, op basis van de daadwerkelijke rentes op de markt. Dat is een goede ontwikkeling, want de belasting komt dan meer overeen met de te behalen spaarrentes. En leidt in 2017 in elk geval tot een verlaging van de belasting. Van de Nederlandse huishoudens heeft 90% een vermogen dat lager is dan € 100.000, voor hen betekent deze wijziging een vooruitgang.

Nivellering

Spaarders met een vermogen boven € 100.000 gaan erop achteruit. Bij hen wordt ervan uitgegaan dat ook een deel van het vermogen in aandelen wordt belegd, en dat zij daarmee een hoger rendement zullen behalen. Het fictief rendement wordt daarbij tevens gebaseerd op de aandelenrendementen van de afgelopen vijf jaar. Vermogende huishoudens met bijvoorbeeld een vermogen van € 500.000 gaan er zo’n € 300 per jaar op achteruit. En als de aandelenmarkten weer stijgen, wordt dit verschil nog groter. Miljonairs gaan er forser op achteruit, met een tariefstijging van 1,20% naar 1,65%. De spaarbelasting is hiermee verworden tot het zoveelste nivelleringsspeeltje van de overheid, waarmee ze inkomen kunnen herverdelen. De VVD heeft nu een draaiknop geïnstalleerd, die nu nog beperkt wordt benut, maar die door toekomstige regeringen gretig kan worden misbruikt voor extra belastingheffing. Wij houden ons hart vast.